Vertel mij, Muze over de man……. (2010)

Bijgewerkt in 2019

Er zijn schrijvers, dichters, componisten en beeldend kunstenaars waar niets uit komt als ze niet geïnspireerd worden door een dame. Er zijn kunstenaars die er zelfs een kudde potentiële vriendinnen op na houden anders wordt het – zo zeggen ze – niets met de kunst. 

In de Griekse oudheid waren voor de inspiratie, voor de lucht in de longen of noem het de goddelijke ingeving negen muzen bedacht. Die muzen waren toen zonder uitzondering vrouwen. Dat is zo gebleven. Muzen zijn mensen van vlees en bloed, maar hoe dan ook zijn het vrouwen.

Een van de beroemdste muzen van de periode na de Griekse oudheid is Laura. Zij was Petrarca’s muze en dichterbij in ruimte en tijd kennen wij hier in Nederland de dichter Jacques Perk die werd geïnspireerd door Mathilde Thomas. Hij ontmoette dat twintigjarige, vrolijke, blonde meisje in de Ardennen en die ontmoeting heeft de vaderlandse literatuur meer dan honderd sonnetten opgeleverd. Nog minder lang geleden was Pattie Boyd de muze van Beatle George Harrison en later van Eric Clapton. Twee jaar geleden maakte filmregisseur Van Lieshout een film met de titel De Muze (2008). Daarin vertelt hij het verhaal van een jonge dichter met een writer’s block die dwalend door de stad inspiratie probeert te vinden door te dromen van een mooie minnares die als vanzelf de dichtregels bij hem los zal maken. 

Dat het verschijnsel ‘muze inspireert kunstenaar’ zijn bedenkelijke kanten heeft, werd me nog weer eens duidelijk toen ik onlangs een boekje las over de gezusters Van Vloten. Het heeft de subtitel: De vrouwen achter Frederik van Eeden, Willem Witsen en Albert Verwey. Alles draait om de drie kunstenaars. De dames bevinden zich achter hen, zijn dienstbaar. Als zij de heren geen inspiratie meer te bieden hebben, dan kunnen ze ingewisseld worden voor een andere muze. Vooral bij de beschrijving van het leven van Frederik van Eeden en Martha van Vloten wordt dat duidelijk. Ik had het al nooit zo op die Van Eeden en mijn waardering voor de persoon van deze schrijver is niet gegroeid sinds ik het verhaal over de gezusters Van Vloten las. Wat een mannetje! Hoe is het mogelijk dat hij zoveel ruimte kon opeisen en hoe is het mogelijk dat Martha van Vloten en al die andere vrouwen hem die ruimte gaven. Ik weet het: het is een gedateerd verhaal. In de negentiende eeuw waren de verhoudingen tussen vrouwen en mannen anders dan nu, maar toch…het verschijnsel van het dominerende, belangrijke mannetje dat zich alles kan permitteren en dat zich door één en liefst meer vrouwen in de watten laat leggen is van alle tijden.

Het gegeven man laat zich inspireren door een vrouwelijke muze is een cliché. Bij Pierre Kemp ligt dat toch wel een beetje anders. Kemp was een dichter die dertig jaar lang op en neer reisde naar zijn werkplaats bij een steenkolenmijn die heel toevallig Laura & Vereeniging heette. Onderweg ontmoette de Limburgse Petrarca dames waarmee hij gezellig praatte. Die dames inspireerden hem tot zijn verzen. 

Wiel Kusters heeft kort geleden een boek geschreven over Pierre Kemp en vertelt hoe de dichter op een dag een van zijn muzen thuis ontvangt. Die muze is de tweeëndertigjarige Mya Brennenraedts en de zesenzestigjarige Kemp heeft jaren met haar gecorrespondeerd. Nu is ze bij hem op visite en praat hij met haar in een achterkamertje. Ze luisteren samen naar muziek, terwijl mevrouw Kemp met de huishoudster in een andere ruimte van het huis zit. Kusters maakt er een lekker clichéverhaal van door mee te delen dat de echtgenote van Kemp net al haar tanden had laten trekken en op een kunstgebit wachtte. De impliciete gedachte is dat een dichter van de leg raakt door een tandeloze, onaantrekkelijke partner en pas weer gaat leggen als een aantrekkelijke, jonge bloem hem weet te inspireren. Het is een van de vele clichés die vooral sinds de romantiek bij de kunstenaar zijn gaan horen. Als de in het zwart geklede dichter met een bolhoed op zijn hoofd Mya Brennenraedts uitgeleide doet heeft de tandeloze vrouw van Kemp zich nog niet laten zien, vertelt Kusters, maar als de muze vertrokken is, zet ze de meegebrachte bloemen in een vaas. De smakelijke anekdote doet eigenlijk een beetje onrecht aan de dichter. Pierre Kemp liet zich graag inspireren door de muzen die hij ontmoette, maar hij kon zichzelf daarbij met enige spot bekijken.

Het cliché van de kunstenaar die uitgekeken is op zijn eigen vrouw en die een jonge vrouw nodig heeft om op gang te komen is op een merkwaardige manier realiteit geworden voor Leos Janacek. Tot 1916 zou deze Tsjechische componist geen opvallend muzikaal werk hebben geschreven, maar dan ontmoet hij in de zomer van 1917 zijn muze, de vijfentwintigjarige Kamila Stösslova. De biografen merken op dat het huwelijk van de componist al lang niks meer voorstelt, maar als de drieënzestigjarige componist verliefd wordt, dan is het die liefde die hem inspireert tot prachtige muziek. Leos Janacek is – zo lees ik – een laatbloeier, dankzij zijn platonische liefde voor Kamila Stösslova. Het is een liefde op afstand en misschien heeft juist het besef dat de geliefde onbereikbaar is Janacek geïnspireerd. Een paar dagen na de eerste ontmoeting schrijft hij haar een brief:

Geachte Mevrouw, ik hoop dat u dit boeket rozen van mij wilt aannemen. Het is een teken van grenzenloze eerbied. Uw karakter en uw verschijning zijn zo lieflijk, dat in uw gezelschap de geest zich voelt opgetild. U ademt warmte en hartelijkheid, en u blikt naar deze wereld met zoveel vriendelijkheid, dat eenieder u van de weeromstuit alleen maar goed wil doen. U kunt niet geloven hoe blij ik ben dat ik u heb ontmoet. Wat moet ú gelukkig zijn! Des te heviger voel ik daarom de pijn van mijn eigen eenzaamheid en mijn bitter lot. Houdt u mij in goede herinnering; aan u zal ik voortaan altijd blijven denken. In gedachten bij U verblijf ik, Leos Janacék.

In de twaalf jaar die volgen schrijft  Leos Janacek ongeveer zevenhonderd gloedvolle en zwierige brieven aan Kamila Stösslova waarin hij overigens ook uitvoerig spreekt over de composities waar hij mee bezig is. Kamila heeft weinig ontwikkeling en weet niets van muziek. Dat merk je aan de brieven die ze schrijft. Maar het belet Janacék niet te schrijven en hij is teleurgesteld als hij te lang op een antwoord moet wachten. Iedere brief is een liefdesverklaring van de componist aan zijn muze.

Onmiddellijk na zijn eerste ontmoeting met Kamila begint Janacék aan een liederencyclus Het dagboek van iemand die verdween. In de liederen wordt verteld hoe een jongeman op een dag een jonge zigeunerin tegenkomt. Hij is direct smoorverliefd, maar het is een verboden liefde, want de zigeunerin is onaanvaardbaar als partner voor een Tsjechische jongen. Janacéks liefde is evenzo onmogelijk: Kamila en hij zijn beiden getrouwd. Janacék noemt Kamila in zijn brieven mijn zigeunerin. 

Ook de opera Katja Kabanova gaat over een verboden liefde en uiteraard is deze opera geïnspireerd door de liefde voor Kamila.

Het beroemde tweede strijkkwartet Intieme brieven is zelfs aan Kamila opgedragen. 

Brno 1 februari 1928, ’ s avonds laat

Mijn lieve Kamila, ik ben net begonnen aan een mooi nieuw stuk. Ons leven moet erin beschreven worden en ik wil het Liefdesbrieven noemen. Een prachtige titel, vind je niet? We hebben samen toch al zoveel lieve avonturen beleefd, nietwaar? Die kleine vlammetjes in mijn ziel zullen dan worden aangewakkerd door de prachtigste melodieën! Een heel bijzonder instrument zal bepalend zijn voor dit kwartet. Het wordt de Viola d’Amore genoemd, de altviool van de liefde. Ik ben zo benieuwd hoe het uiteindelijk zal klinken. In dit werk zullen jij en ik voor altijd samen zijn en door niets en niemand gestoord worden. Vol verlangen zullen we er zijn, zoals toen bij jou thuis, die hemelse plek. Ik ken geen andere wereld dan die van jou. Je bent alles voor me, ik niets anders dan je liefde.

Brno 20 februari 1928

(..)Het kwartet noem ik niet Liefdesbrieven maar Intieme Brieven. 

Brno 8 maart 1928

Ik ben net klaar met een mooi, nieuw afschrift van onze Intieme Brieven. Tegen mijn vrouw zei ik vandaag: Als de uitzonderlijke schoonheid van dit werk wordt opgemerkt, dan moet ook jij te overtuigen zijn van de invloed van Kamila op mijn zieleleven en mijn werk. (..) Al onze gevoelens worden op elkaar gestapeld in dit kwartet. Het is alsof jij en ik ons van de aarde verheffen, alsof alles om ons heen vrolijk is en vol verlangen. In zo’n koortsachtige stemming werden deze Intieme Brieven geschreven. De pen brandde in mijn hand, maar ik vond het heerlijk. Ik schreef zo vlot, zo vurig. Ik kon niet ophouden. 

Brno 27 juni 1928

O, dit werk is weggesneden uit levend vlees. Nooit meer zal ik iets schrijven wat dieper en oprechter is.

Janacék stierf kort nadat hij zijn strijkkwartet Intieme Brieven had geschreven. Zijn muze Kamila die altijd emotioneel op afstand bleef, was bij hem toen hij overleed. Mevrouw Janacék was begrijpelijk niet erg amused van het platonische avontuur van haar echtgenoot, maar zij en ook Kamila zijn er al lang niet meer en met hen zijn hun aangename en minder aangename emoties verdwenen. Gebleven is de muziek die er niet geweest zou zijn zonder de goddelijke inspiratie van Kamila Stösslova.

Toch nog een kanttekening bij dit muzeverhaal. Ik vind helemaal niet dat de muziek die Janacék vóór 1917 schreef minder goed is dan die van na zijn ontmoeting met Kamila. Zijn prachtige pianomuziek bijvoorbeeld met romantische titels als In de mist of Op een overgroeid pad schreef hij ruim vóór 1917 en het is muziek die ik tot mijn favorieten reken. Op drieëntwintigjarige leeftijd schreef Janacék zijn suite voor strijkorkest en ook dat werk hoort tot mijn dierbare muziek. Janacék schreef deze muziek zonder dat hij compositielessen had gehad. Kamila Stösslova moest nog geboren worden en misschien componeerde hij deze prachtige muziek zonder dat er een muze aan te pas kwam. Zdenka Schulzová, zijn zestienjarige pianoleerling en latere vrouw huwde hij twee jaar nadat hij die mooie muziek voor strijkers gecomponeerd had.

Ten slotte nog twee vragen. 

  1. Bestaat de mannelijke muze? Ik kan het me niet voorstellen, maar ik doe een poging. Was bijvoorbeeld Henk Jurriaans, bij leven het levende kunstwerk van de stad Amsterdam, de muze van Marte Röling? Röling schilderde vele portretten van Jurriaans die tot voor kort in Zwolle geëxposeerd werden, als een hommage aan haar overleden vriendje. Eerbetoon, niks muze.
  2. Eva Biesheuvel is overleden. Ze was een maand geleden nog op de televisie te zien met Maarten. Maarten had een bundel verhalen geschreven met de titel “Verhalen uit het gekkenhuis”. Oude verhalen, dat prachtige verhaal over Mellenberg bijvoorbeeld zou ik graag willen voorleen, maar ook briefjes die Maarten aan Eva stuurde vanuit het gekkenhuis. Hij las zo’n briefje half huilend voor:  “Ik mis je zo, je bent de liefste vrouw van de wereld, haal me hier gauw weg”. Eva bleef vertederd glimlachen. “Ik denk dat het best nog wel leuk kan worden hoor”, zei ze even later bezwerend. En nou is ze (kort na dat televisie-optreden overleden. Een hersenbloeding. Was Eva Maartens muze of was ze een sublieme thuiszorg…..?