Lang geleden verdiepte ik me met anderen in een werk van Aristoteles over de staatsinrichting. Daar leerde ik dat Aristoteles en de Griekse natuurfilosofen meenden dat de natuur in evenwicht is. Ze wisten heel goed dat mensen dat evenwicht kunnen verstoren, maar ze bleven verlangen naar een zo houdbaar mogelijk evenwicht. Dat verlangen naar evenwicht kennen we allemaal. We willen ons lichaam graag in balans hebben net als onze geest en – al zou je dat soms niet zeggen – als het even kan ook de wereld waarin we met lichaam en geest ons bevinden en bestaan.
Niet alleen filosofen zoals Aristoteles, ook wetenschappers uit andere takken van sport en kunstenaars maken duidelijk dat ze verlangen naar zo’n bestendig evenwicht. Zo spreken biologen van een natuurlijk of ecologisch evenwicht en ook natuurkundigen gingen lange tijd uit van een evenwicht in de natuur. Die natuurkundigen kennen overigens als onderdeel van de mechanica de statica of evenwichtsleer. Economen baseren de gangbare economische modellen op een evenwichtige situatie (waarover later meer) en zelfs op mijn vakgebied vind ik dat idealiseren van het evenwicht. Een vergeten achttiende-eeuws dichter en mathematicus, Pieter Nieuwland, ging in bijna al zijn gedichten uit van de analytische equatie. In gewone mensentaal Pieter Nieuwland wikte, verdeelde en woog zijn taalmateriaal tot hij een of ander evenwicht had gevonden.
De natuur kent geen evenwicht
Evenwicht bestaat. Een contragewicht kan op een bascule in balans gebracht worden met een tros bananen. Ook boekhouders kunnen na enig gegoochel met getallen de financiële balans zo opmaken dat de bedragen aan de debet- en creditzijde gelijk zijn. Evenwicht bestaat en we verlangen daarnaar en niet zonder reden, immers de ervaring leert ons dat evenwicht goed is. Zonder evenwicht in ons lichaam en in de wereld waarin dat lichaam zich bevindt, kunnen we het hoofd niet boven water houden. Als iets in evenwicht is, dan willen we dat graag zo houden. De vraag is of de natuur, of onze natuur ons dit evenwicht te bieden heeft. Ja zeggen sommigen al denken steeds meer geleerden inmiddels beter te weten. Er bestaat geen natuurlijk evenwicht waar de natuur door een onzichtbare hand telkens weer naar terugkeert, zeggen zij. Constante verandering en chaos is het enige dat zeker is in de natuur en ze betogen dat overheden en milieulobbyisten met achterhaalde mythes de massa bedonderen. Er is geen natuurlijk evenwicht geen ideale toestand waarin de natuur spontaan verkeert als je alle verstoring wegneemt van menselijke zondaars en je kunt na zo’n verstoring het natuurlijke evenwicht ook niet herstellen zodat de natuur weer gezond wordt. Het is een mythe zegt ook mijn favoriete schrijver W.G. Sebald. Kijk maar naar het altaarstuk van Matthias Grünewald in Isenheim. In Naar de natuur beschrijft hij wat hij ziet als hij kijkt naar dat altaarstuk van deze zestiende-eeuwse schilder.
De panische halsknik, overal te zien bij
de personages in Grünewalds werk,
die de keel vrijgeeft en het gezicht
dikwijls keert naar een verblindend licht,
is de sterkste expressie van het lichaam
dat de natuur geen evenwicht kent,
maar blind het ene wilde
experiment na het andere uitvoert
en als een dwaze knutselaar alweer sloopt
wat ze nog maar net gefabriceerd heeft.
Proberen hoe ver ze nog kan gaan
is haar enige doel, een ontspruiten,
een voortjagen en voortplanten,
ook in en door ons en door
de aan onze hoofden ontsproten
machines in één grote wirwar,
terwijl achter ons de groene
bomen hun bladeren al loslaten en
kaal, zoals vaak te zien is op Grünewalds
schilderijen, de lucht in steken,
de dode takken bedekt met een
mossig omlaagdruipende substantie.
Waarom evenwicht goed is
De woorden evenwicht en evenwichtig hebben een positieve betekenis. Als we lopen of fietsen willen we graag in evenwicht zijn en niet voortdurend omvallen. Emoties, verlangens en horen bij ons, maar evenwichtige mensen kunnen hun emoties en verlangens hanteren.
Evenwicht heeft alles te maken met harmonie, met krachten die elkaar niet in de weg zitten. Het is een rare paradox dat we in ons streven naar evenwichtigheid maar beter maat kunnen houden. Wie al te evenwichtig is, wordt gemakkelijk gezien als een emotieloze kouwe kikker. Ach, we kunnen het eigenlijk nooit goed doen.
Terug naar waar ik begon. Ieder moment van de dag hebben we te maken met een evenwicht van krachten. We zijn ons daar niet telkens van bewust, maar toch, we kleven aan onze aardbol dankzij de zwaartekracht. Als de middelpuntvliedende kracht sterker zou zijn dan de zwaartekracht dan verdwenen wij met al ons hebben en houden in de ruimte. Een dergelijk evenwicht bestaat ook in het zonnestelsel waardoor onze aarde met zeven andere planeten rond de zon draait. Die planeten blijven op voldoende afstand van elkaar en maken met verschillende snelheid hun rondje om de zon. De maan draait intussen nog om de aarde en dat kan allemaal doordat de zwaartekracht en de centrifugaalkracht in balans zijn. Als de maan sneller zou gaan of zwaarder was, waren die krachten niet meer in evenwicht en dan zou de maan uit de bocht vliegen. Als de maan dichter bij de aarde stond, zou de zwaartekracht sterker zijn en dan zou de maan op de aarde vallen.
Als, als…het evenwicht is zo maar verstoord. Zo werd de aarde meer dan tweehonderd en vijftig miljoen jaar geleden getroffen door een meteoriet. De homo sapiens was er nog niet en dat was z’n geluk, want zo’n neerstortende meteoriet betekent wel wat meer dan een bevinkje van de Groningse bodem.
Zonder evenwicht binnen de kosmos, binnen ons zonnestelsel kunnen wij niet leven. Maar ook binnen ons lichaam zijn allerlei processen bezig waar we geen weet van hebben en die ervoor zorgen dat we in balans blijven. De hele dag door is ons lichaam bezig zich aan te passen. De zuurgraad, het zuurstofgehalte of de suikerspiegel moeten niet alle kanten opschieten en dat is niet eenvoudig in een omgeving die steeds verandert. En dan heb ik het nog niet eens over de krachten die ons psychisch uit het lood kunnen brengen. We zijn levenslang bezig ons mentaal enigszins op koers te houden.
We leerden in ons tweede levensjaar op eigen benen te balanceren en daarna hebben we ons lichaam zo getraind dat we als vanzelf bewegen. Maar vanzelfsprekend is dat evenwicht niet. We lopen met gemak over een smalle plank als die onderdeel uitmaakt van de kamervloer, maar als diezelfde plank boven een diep ravijn ligt, komen de meesten van ons in moeilijkheden. Angst, stress kan ons uit balans brengen en ook als we ernstig ziek worden, kan het lichaam uit het lood raken en dan blijkt dat het helemaal niet altijd vanzelfsprekend is dat onze lichaamsfuncties in balans zijn.
Niet alleen binnen het lichaam, maar in de directe omgeving van dat lichaam moet de boel niet uit balans raken. Als dat gebeurt, kan dat een bedreiging worden voor de mensen. Dat zien we bijvoorbeeld bij de stikstofcyclus, de natuurlijke kringloop van stikstof door de atmosfeer, planten en bodems. Deze cyclus, dit evenwicht, is verstoord door ons exorbitante consumptiegedrag.
Wij mensen kunnen het evenwicht nog veel grondiger verstoren. Als we bijvoorbeeld alle atoomwapens op elkaar afvuren dan leidt dat tot de totale vernietiging van alle leven. Dat beseften de grote mogendheden in de periode van de koude oorlog. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hielden elkaar in een gruwelijk evenwicht door wederzijdse te dreigen met totale vernietiging van de tegenstander. Dat huiveringwekkende evenwicht kreeg een naam: balance of terror. Die irrationele balance of terror bestaat nog steeds maar kunnen we daarin geloven.
Goedgelovigheid dat kennen ook de economen die willen geloven in de mythe van een evenwicht. De historicus Philip Blom bracht twee jaar geleden het marktgeloof in kaart, de literatuurwetenschapper Joseph Vogl geeft aan dat marktgeloof nog een andere inhoud.
Geloven in evenwicht
Joseph Vogl wijst erop dat economen uitgaan van de mythe van een evenwichtige markt. De economie is de geloofsleer van onze tijd zegt Vogl in Das Gespenst des Kapitals. Kijk naar de economische modellen waar economen mee aankomen en je moet constateren dat ze in evenwicht geloven en bovendien in een goede, rationele voorzienigheid, dat wil zeggen de financiële markt. Waar komt dat geloof vandaan? Waarom zeggen economen dat de financiële markten rationeel functioneren, terwijl ze dag in dag uit geconfronteerd worden met crises, bubbels en beurspaniek? Is de financiële markt voor hen een soort van goddelijke voorzienigheid? Vogl constateert net als Philip Blom dat de markten als een persoon worden beschreven, ze het hedendaagse orakel van Delphi: de markten vertellen ons wat de waarheid is en wat we moeten doen. Er bestaat een rechtvaardige, goede God ondanks al het kwaad in de wereld en die God is de markt. Vogl noemt dat geloof in een evenwichtig, rationeel functionerende markt naïef. Het gaat ervan uit dat de menselijke driften elkaar in balans houden. Als iedereen zijn eigenbelang nastreeft en zich concentreert op geld verdienen, dan is dat goed voor de maatschappij. Noem het maar de wet van het eigenbelang. De gedachte achter de wet is dat private ondeugden (hebzucht bijvoorbeeld) resulteren in publieke weldaden. Geen nieuwe gedachte overigens. Mandeville beweerde dat driehonderd jaar geleden ook al. Geloof in evenwicht, noemt Vogl dat. Het bekendste voorbeeld van dit geloof gaf Adam Smith lang geleden met zijn Onzichtbare hand. Nu heet dat de zelfregulerende werking van de markten. Het geloof wordt mondiaal beleden en met vereende politieke kracht overeind gehouden. Het is een moraalfilosofische hoop op evenwicht. De naïeve achterliggende gedachte is dat de wereld een dorpsmarkt is waar ieder belang heeft om iets aan een ander te verkopen en de ander belang heeft om iets te verkopen. De hoop is geloof geworden. Vogl heeft geen goed woord over voor dit geloof in een evenwicht. Wat willen die economen nou! In de natuurkunde is allang bekend dat evenwichtstoestanden in de natuur eerder uitzondering zijn dan regel. Genoeg over de economie.
Beethoven en het evenwicht
Beethoven is woedend op zijn vriend, de componist en pianist Hummel. In een brief schrijft hij: Kom hier niet meer over de vloer. Je bent ein falscher Hund und falsche Hunde hole der Schinder (slager/beul). Een paar regels verder schrijft dezelfde Beethoven: Herzens Natzerl (kleine Ignatius van mijn hart)! Du bist ein ehrlicher Kerl und hattest Recht, das sehe ich ein; (…) Dich küsst Dein Beethoven, auch Mehlschöberl (meelbal) genannt.
Geen gelijkmatig, evenwichtig karakter, deze Beethoven. Ik zou meer citaten uit zijn brieven kunnen halen waaruit duidelijk wordt dat je met hem wel wat kon meemaken. Hieronder is een brief gekopieerd van een zekere Wolanek. Beethovens reactie liegt er niet om.

Een onevenwichtig karakter. Tijdgenoten noemen hem lomp en fijnzinnig, somber en teruggetrokken, maar ook luidruchtig en overdreven vrolijk, een viezerik die lak heeft aan etiquette en ook iemand die luid zingend uren in bad kon zitten terwijl hij kannen water over zich gooit. Gepassioneerd, een kort lontje, opvliegend, onbeheerst, excentriek trots, humoristisch, compromisloos als het gaat om zijn muziek en desondanks geliefd. Bij zijn begrafenis waren 20.000 mensen om afscheid van hem te nemen.
Beethoven was een onevenwichtige man en ook zijn muziek zit vol tegenstellingen. Muziek waarbij van dik hout planken gezaagd wordt naast uiterst subtiele, fijnzinnige muziek met de mooist denkbare zangerige melodieën, maar toch niemand mag het woord onevenwichtig in de mond nemen als het gaat om de muziek van Beethoven. Neem bijvoorbeeld de pianosonate opus 110. Ook deze sonate kent grote contrasten. Een gedeelte met een extreme emotionele expressie wordt gevolgd door een strakke fuga, maar alles heeft vorm gekregen binnen het grote geheel.
In mijn boek De kunst van het verliezen schreef ik hoe Beethoven in deze compositie bijna zoekend een evenwicht vindt. Hij verwerkt het verlies van zijn onsterfelijke geliefde en zijn compositie is het resultaat van zijn rouw.
Kunst heeft met kunnen te maken. Het is een kunst, een vaardigheid met verlies om te kunnen gaan. Kunstenaars hebben de mogelijkheid hun verlies in hun kunstwerk te verwerken of zelfs te sublimeren.
Kunst kan ook letterlijk gebruikt worden en dan gaat het kúnstwerk over het verlies.
In de sonate opus 110 is de kunst van het verliezen in beide betekenissen van toepassing. Voor Beethoven was het componeren een mogelijkheid zichzelf te hernemen en de sonate opus 110 is daarvan het evenwichtige en sublieme resultaat.