Een paar maanden geleden herlas ik de dagboeken van en de biografie over Etty Hillsum. Die liep weg met Rilke, schreef gedeelten uit zijn werk over en noemt hem in 1942 de grootste opvoeder van het voorgaande jaar. Het naar binnen gekeerde van de dichter sprak haar aan, vermoed ik. Daarnaast misschien ook de manier waarop hij de eenzaamheid van het bestaan en innerlijke twijfel wist te verwoorden. Het werk van Rilke was voor Etty Hillesum zo belangrijk dat ze zijn brieven wilde meenemen naar kamp Westerbork.
Ik moest aan haar denken toen ik deze zomer het Otto Modersohn museum niet ver van Worpswede bezocht. Tegelijk herinnerde ik me ook een boek over de kunstenaarskolonie van Worpswede, Konzert ohne Dichter van Klaus Modick. Daarin wordt Rilke uiterst negatief beschreven, dat wist ik nog.
Thuis las ik dat Rilke in Worpswede was op uitnodiging van de in zijn tijd bewonderde Jugendstil-schilder Heinrich Vogeler. Hij schreef zelfs een monografie over de kunstenaarskolonie in dat Noord-Duitse dorp en over het leven en werk van vijf landschapschilders: Fritz Mackensen, Otto Modersohn, Fritz Overbeck, Hans am Ende en Heinrich Vogeler. Niets over leven en werk van twee vrouwelijke kunstenaars die ook deel uitmaakten van deze kunstenaarskring, Paula Becker en Clara Westhoff. Ik las dat hij een duistere liefdesverhouding met beiden had en uiteindelijk met de beeldhouwster Clara Westhoff trouwde.
Ik herinnerde me de roman van Klaus Modick als een boeiend boek, zodat ik besloot het opnieuw te gaan lezen. Ook bij tweede lezing was de roman de moeite waard.

In Konzert ohne Dichter is Heinrich Vogeler hoofdpersoon. Het verhaal wordt grotendeels vanuit hem verteld. Vogeler is op het hoogtepunt van zijn roem. Hij krijgt een onderscheiding voor zijn hele werk. Zijn bewonderaars zijn vooral verrukt van een ‘idyllisch’ schilderij waaraan hij vijf jaar gewerkt heeft Das Konzert oder Sommerabend auf dem Barkenhoff. Ze zien dat als zijn meesterwerk, maar uitgerekend dat schilderij is voor Vogeler het resultaat van een drievoudig falen. Het liefst zou hij het vernietigen. Voor hem laat het schilderij zien dat zijn relatie met zijn vrouw de beste tijd heeft gehad. Daarnaast twijfelt hij aan zijn artistieke kwaliteiten en ten slotte markeert dit schilderij het einde van een breekbare vriendschap met een geestverwant. Vogeler en Rilke zijn uit elkaar gegroeid en daarom heeft Vogeler de dichter die oorspronkelijk tussen zijn twee geliefden was afgebeeld weg geschilderd. Rilke ontbreekt op het schilderij en daarmee is de titel van de roman verklaard.
Ik kijk naar het schilderij. Vogeler schilderde helemaal geen harmonieuze idylle, maar een treurige samenzijn. De drie vrouwen links, Paula Modersohn Becker, Clara Rilke Westhoff en Agnes Wulff kijken treurig voor zich uit. Ook bij Otto Modersohn op de achtergrond bespeur ik geen vrolijkheid. Vogelers vrouw Martha, centraal op het schilderij afgebeeld, kijkt in de leegte en oogt verre van gelukkig. De musici zijn in hun spel verzonken. De cellist, de schilder zelf, is nauwelijks zichtbaar. De afgebeelde personen hebben niets met elkaar en leven in een eigen wereld Niemand kijkt de ander aan. Het schilderij laat hun eenzaamheid zien. Misschien is het ook wel een afscheid van een tijdperk. Kort nadat Vogeler zijn schilderij voltooid had viel de kunstenaarsgemeenschap van Worpswede uiteen.
Modick heeft nauwgezet het schilderij bestudeerd en bovendien verdiepte hij zich ook in brieven, dagboeken en genoteerde herinneringen van Vogeler en Rilke. Op basis daarvan zette hij zijn romanpersonen neer en zoals gezegd komt Rilke er niet te best van af. Ik zal dat duidelijk maken met citaten uit de roman waarin de dichter vanuit Vogeler getypeerd wordt.
Rilke en de vrouwen
Rilke gaf alle schilders die hij in zijn boek beschreven had mit grossen Gesten und pathetischen Widmungen Exemplare des Buchs. Paula Modersohn-Becker und Clara Westhoff, seine eigene Frau bekamen kein Exemplar. Als Künstlerinnen kamen sie gar nicht vor, nicht einmal als Ehefrauen. Da konnte Clara noch so gehorsam bei Rodin studieren – Frauen waren für Rilke Geliebte, Musen bestenfalls.
Wenn Rilke derart schmachtend in die Leier griff, klang es den “Mädchen”naturlich erst einmal schmeichelhaft in den Ohren. Aber was sollte es bedeuten? Es bedeutete, dass die Dichter das Sagen hatten, die Mädler das Zeigen, und den Frauen blieb das Sein. Insbesondre das Da-Sein, das ständige Bereit-Sein für die Dichter und Maler, Rilke brauchte die Frauen. Aber im Grunde liebte er sie nicht. (29)
Rilke gebruikt mensen
Paula beklagte sich über Rilkes Taktik, Menschen emotional an sich zu binden und zugleich von anderen Menschen zu isolieren.(222)
Einer wie Rilke will für nichts und niemanden verantwortlich sein, nicht einmal für sein eigenes Kind, will niemanden angehören – will aber von allen bewundert und geliebt werden. (…) “Ich bin”, hat er einmal schulterzuckend und fast entschuldigend zu Vogeler gesagt, “Erinnerungen treu für immer; Frauen, Menschen uberhaupt, werde ich es niemals sein.”(59)
Op geld uit
Rilke vraagt Vogeler een goed woordje te doen voor hem bij een mecenas. Ik zoek “Ein Gönner”, sagt Rilke. “Ein wohlhabender Mann der die Literatur liebt.” (…) “Sie wissen doch, wie ich es meine”, fahrt Rilke fort. “Ein Mäzen. Einer wie Roselius.”(36)
Zwintscher heeft Rilkes portret geschilderd. Als Zwintscher wieder abreisen wollte, bat Rilke ihn, vorerst auf das vereinbarte Honorar zu verzichten. Sobald seine finanzielle Lage sich bessere, werde er zahlen. Dies Vorgehen empfand nun aber Vogeler, dessen Gastfreundschaft Zwintscher genossen hatte, als peinlichen Affront gegen seinen Hausgast und Kollegen. (221)
Overheersend
Als de mecenas Roselius Clara Westhoff bezoekt, overvleugelt Rilke haar volledig. Ik citeer een voorbeeld waarbij Roslelius Clara vraagt hoe het haar gaat. Clara lächelte verkrampft. “Ach lieber Herr Roselius, im Grunde geht es recht —” Aber sie konnte den Satz nicht zu Ende bringen, weil Rilke ihr ins Wort fiel. “Danke der Nachfrage, Herr Generalkonsul. Für mein Werk sind die Umstande einigermassen günstig. Jedoch stehen vorerst noch allerhand kleine und hässliche Sorgen praktischen Inhalts breitbeinig mitten im weg.” Rilkes Stimme klang sanft, mit einem schmerzlichen Unterton.
Roselius hörte diese tonart offenbar nicht zum ersten Mal. “Sie reden von Geld?”, sagte er halb fragend, halb feststellend. Clara zuckte zusammen, wandte sich ab und ging wortlos in die Küche, um Tee zu kochen. (45 – 54)
Op zichzelf verliefd
Vogeler kannte niemanden, der für akademisches Denken und eine akademische Karriere derart ungeeignet gewesen wäre wie dieser in sich selbst verliebte Dichter….(190)
In das Kloster meiner selbst
“Weihnachten zu leben”, sagte Rilke, “Glocken zu hören, Stille und Kindheit, war schwer. Der lieben Gegenwart meines Kindes greifbar zu sein, war mich nicht möglich. Ich war nur ratlos und zerstreut, wenn die kleine Stimme mich ansprach und die Augen schüchtern lächelten. Ich war nicht bereit für das Kind. Ach, liebe Vogelers, können Sie das den nicht verstehen? Diese alte Feindschaft zwischen dem Leben und der Arbeit? Ich möchte mich tiefer zurückziehen in das Kloster meiner selbst und dort mein Werk tun. Ich möchte alles vergessen, meine Frau und mein Kind und alle Beziehungen und Gemeinsamkeiten. Was sind mir Nahestehenden denn anders als Gäste, die nicht gehen wollen.”
Am nächsten Morgen schnitte das Winterlicht frostig und klar ins Atelier. Vogeler löschte Rilke aus dem Bild und liess Modersohn dichter an Paula herantreten. Der Platz neben Clara blieb leer. (224 – 225)
Vanzelfsprekend mogen we niet uit het oog verliezen dat Konzert ohne Dichter fictie is. Desondanks waren er critici (o.a. de germanist Stenzig) die probeerden aan te tonen dat Modick zich niet op feiten gebaseerd heeft. Maar wat zijn de feiten? Feit is dat Rilke aanvankelijk dweepte met de Sovjet-dictatuur en later ook het regime van Mussolini steunde. Zo schrijft hij in 1926: In der menschlichen Seele gibt es keine schlimmeren Gifte als Nächstenliebe, Mitleid und Erbarmen, Gnade und Nachsicht, aldus Rilke en verder: Ein Recht zu leben hat nur der Starke. Der marschiert vorwärts, selbst wenn die Reihen sich lichten.
Trump moest nog geboren worden toen hij dit schreef. Rilke was een groot dichter, maar als ik deze zinnen lees, krijg ik de rillingen. Etty Hillesum moest eens weten.