Een doodstille ontmoeting

De schrijfster Margriet de Moor trad een paar jaar geleden op met het Párkányi Kwartet. Op het programma stond Schuberts strijkkwartet Der Tod und das Mädchen en de schrijfster las voor uit haar roman De Schilder en het meisje. Die roman gaat over Elsje Christiaens, een meisje dat publiekelijk gewurgd wordt op de Dam in Amsterdam. Het is een evenement waar de halve stad voor uitloopt. 

Een schilder voelt geen neiging te gaan kijken. Hij heeft zijn gedachten bij een doek waar hij die ochtend materiaal voor heeft gekocht: rode en gouden pigmenten. Later die dag hoort hij van zijn zoon de details over de gruwelijke laatste minuten van het meisje.

Margriet de Moor laat het verhaal van Elsje Christiaens en het verhaal van de schilder en diens verdriet over zijn gestorven vrouw door elkaar lopen. Ze beschrijft hoe gebeurtenissen uit zijn levensloop op de dag van de terechtstelling met de lotgevallen van het meisje verstrengeld raken uitmondend in een doodstille ontmoeting.

De achttienjarige Deense Elsje Christiaens die haar geluk wilde beproeven in Amsterdam heeft na twee weken nog geen inkomen. Haar hospita die huur wil, dreigt haar bezittingen af te nemen. De hospita grijpt een bezem. Elsje, in het nauw gedreven, pakt een bijl. In paniek slaat zij de hospita dood. Ze vlucht vervolgens voor de buren die op het tumult zijn afgekomen en springt in het water bij het Damrak. Daar wordt ze gearresteerd en het drama eindigt met Elsjes veroordeling. 

Rond 1 mei 1664 wordt ze gewurgd door de beul op de Dam. De gerechtsdienaren hangen haar lijk op de Volewijck aan de overkant van het IJ. Hier tekent Rembrandt Elsje. Het moordwapen hangt naast haar. Zo zielig!