Sommige musea bezoek ik met regelmaat om schilderijen waar ik van houd terug te zien. Zoals een boer zijn land in de gaten houdt, zo zorg ik ervoor dat ik het in mijn leven verzamelde spirituele erfgoed af en toe opnieuw onder ogen krijg. In het Mauritshuis sta ik dan voor het puttertje van Fabricius of het dubbelportret van Constantijn Huygens en Suzanna van Baerle en ben blij dat ik die dierbare werken weer zie.
Om dezelfde reden was ik vorige week voor de tweede keer op het Deense eiland Møn. Ook om te fietsen in dat zacht glooiende landschap, maar vooral om de fresco’s in de eeuwenoude kerkjes van Elmelunde, Keldby en Fanefjord weer te zien. Ik zag die muurschilderingen zeven jaar geleden voor het eerst vanwege de voorbereiding van colleges die ik zou geven voor de HOVO en ze zijn me altijd bijgebleven. Niet de concrete details, maar ik had onthouden dat ik toen niet uitgekeken raakte op die fantasievol verbeelde verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. Die muurschilderingen werden waarschijnlijk aan het eind van de vijftiende eeuw aangebracht door de (anonieme) meester van Elmelunde en zijn atelier. Ze waren maar enkele decennia zichtbaar. Na de reformatie in 1536 ging de witkwast erover en dat was hun behoud. Pas tussen 1932 en 1934 werden ze blootgelegd en in 2008 en 2009 uitgebreid gerestaureerd.
De afbeelding van een uiltje, het handelsmerk van de meester van Elmelunde had ik onthouden, maar dat plaatje van Judas in het kerkje van Fanefjord was compleet uit mijn geheugenopslag verdwenen en het was alsof ik die intrigerende fresco voor het eerst zag.

Te zien is dat Judas zich aan een boom heeft opgehangen. Voor en achter hem ‘staan’ monsters met staarten Dat moeten duivels zijn. De bruine duivel achter Judas zwaait met een knots. Tamelijk overbodig, want de apostel is zo dood als een pier. De grijze duivel trekt een klein mensje uit zijn borstkas. Dat is de ziel lees ik op een informatieblad.
Over de dood van Judas zijn verschillende verhalen in omloop gebracht en het lijkt erop dat de meester van Elmelunde twee van die verhalen heeft gecombineerd in zijn muurschildering.
Volgens de evangelist Mattheüs verried Judas Jezus aan de hogepriesters en Schriftgeleerden voor dertig zilverstukken. Dat zat hem niet lekker. Hij kreeg spijt en wilde het bloedgeld teruggeven. De hogepriesters en Schriftgeleerden weigerden waarop Judas het geld op de tempelvloer gooide, wegvluchtte en zich verhing aan een boom.
Een ander verhaal over Judas’ dood is te vinden in de Handelingen van de apostelen. De apostel zou het bloedgeld gebruikt hebben om een stuk grond te kopen, maar maakte een fatale val. Daarbij werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. Eigen schuld, dikke bult moeten de gelovigen van Fanefjord gedacht hebben, naar de hel met de ziel van die slechterik!
De meester van Elmelunde schilderde Judas heel anders in de kerk van Tingsted op het eiland Falster. Daar hangt hij aan een strop maar de duivels en ook de ziel ontbreken.
En dan die miniatuur van Michiel van der Borch een mij onbekende miniaturist uit de noordelijke Nederlanden. Hij beeldt meer dan een eeuw eerder dan de meester van Elmelunde Judas af hangend aan een boomtak. Uit een opening in zijn jas puilen de darmen. Geen duivels en ook geen ziel!

Duivels die zielen kapen om ze mee te nemen. naar de hel, dat is een dankbaar griezelgegeven in middeleeuwse afbeeldingen van het Laatste Oordeel. In de kerk van Fanefjord is behalve een afbeelding van het Laatste Oordeel ook een fresco van het wegen van de ziel te vinden. De ziel (ook weer een klein mensje) zit, de handen devoot gevouwen, in een mandje of een schaal en wordt gewogen door een engel (de aartsengel Michaël) die de weegschaal vasthoudt. Een duivel aan de linkerkant van de weegschaal (waarin een andere duivel zit) probeert de ziel naar beneden te trekken. Maar Maria, in de roomse traditie een middelares die opkomt voor de mensen, drukt de weegschaal met een vinger naar beneden. Zo redt zij de ziel terwijl de kleine Jezus op haar linkerarm toekijkt.

Maria, de voorspreekster, luistert naar de zorgen van de mensen en brengt die over aan haar zoon Jezus. De meester van Elmelunde heeft dat gegeven pregnant verwerkt in een andere muurschildering. Op die fresco toont Maria ontblote borsten aan haar bebloede zoon. Die is net door mensen op wrede manier vermoord getuige de bloedspetters op zijn huid. Het weerhoudt Maria er niet van op te komen voor de biddende mensen die achter haar knielen. Mensen zijn zondaars maar ze slaan niet allemaal Jezussen aan het kruis. Maria, de voorspreekster, probeert haar zoon te vermurwen. Daarvoor heeft ze haar borst ontbloot en daarmee zegt ze: “kijk naar mijn borsten. Hiermee heb ik je gezoogd en wil je nu wat voor mij doen? Vraag je vader of hij de mensen hun hun zonden wil vergeven.” Het linker plaatje laat zien dat haar opzet gelukt is. Jezus smeekt God die op een troon zit om erbarmen te hebben met de mensen achter zijn moeder.
Vergeven is binnen het christendom geen passief gevoel of het wegwuiven van onrecht, maar een actieve keuze om wrok en wraak los te laten en het oordeel aan God over te laten. Ook in Hannah Arendts levensbeschouwing is vergeving belangrijk om opnieuw te kunnen beginnen. Zij zou los van de christelijke implicatie van het begrip vergeving met veel plezier naar deze afbeelding in dat Deense dorpskerkje gekeken hebben. Net als ik.