Wrok

Wrok

Wrok is een aanhoudend gevoel van boosheid. Boosheid gaat over; wrok blijft zieken. Wie wrok koestert is diep gekrenkt en voelt zich niet zelden slachtoffer van een dader die hem pijn dan wel onrecht heeft aangedaan. 

Wrok ontstaat vaak als mensen lang met hun boosheid blijven rondlopen. Op zeker moment is dat wat hun is aangedaan in hun beleving zo groot dat ze er niet meer overheen kunnen en willen stappen. Ze kunnen dat pijnlijke gevoel daarom ook niet verwerken. Wrok blijft knagen en slurpt veel energie. Door wrok kunnen mensen verbitterd raken. Wrok is een negatieve emotie die verandering in de weg staat. 

Wreken

Wrok is afgeleid van wreken. Wie wreekt wil de persoon die hem of haar iets heeft aangedaan straffen. De achterliggende gedachte is dat straf het aangedane onrecht zou kunnen vergelden of compenseren. Gezegden als iemand iets betaald zetten of iemand met gelijke munt terugbetalen maken dat laatste duidelijk.

Maar wraak lost de pijn helemaal niet op en wraakgevoelens keren zich vaak op den duur tegen de persoon die daarmee blijft rondlopen.  

Vergeving

Er is een medicijn voor deze negatieve emotie. Dat geneesmiddel heet vergeving. Wie vergeeft, kiest ervoor boosheid en wrok los te laten. 

De filosoof Hannah Arendt legt in The Human Condition uit dat vergeving een nieuwe start mogelijk maakt. Vergeving zorgt ervoor dat mensen niet blijven vastzitten aan iets akeligs dat in het verleden is gebeurd. Bij vergeving vergeven ze de dader; de daad die is begaan blijft fout, maar ze geven de dader een nieuwe kans.

Een krachtig signaal

Wie kan vergeven, stijgt boven de dader uit. Wie kan vergeven is niet zwak, maar juist sterk, want heeft genoeg zelfvertrouwen en zelfrespect waardoor dat mogelijk is. Vergeven is iets anders dan ongelijk bekennen, maar door te kunnen vergeven en door ongelijk te bekennen laat iemand zien dat hij de baas is over zijn negatieve emoties en dat hij goed in zijn vel zit.

Samenwerken of strijd

Het moet aan het eind van de zestiger jaren geweest zijn dat ik Inclusief denken van Boerwinkel las. Dat boek maakte grote indruk. De vernietigingskracht van de atoombom, zo schreef Boerwinkel toen, heeft onze wereld veranderd. We kunnen het ons niet meer veroorloven te denken in wij en de anderen. Met vijanddenken vernietigen we onszelf. We moeten samenwerken met anderen in plaats van ze te verketteren en te bestrijden. Het is in ons belang aan anderen te denken. 

Boerwinkel gaat uit van de competitie tussen mensen. De geschiedenis van de mensheid laat zien dat mensen zich vaak succesvol verbonden door strijd tegen een gemeenschappelijke vijand. Maar vanuit de biologische hoek kwam Lynn Margulis in 1967 met de theorie dat de evolutie niet alleen wordt gedreven door felle strijd (zoals Neo Darwinisten bepleiten), maar juist door radicale samenwerking en het samensmelten van organismen. 

Niet competitie (survival of the fittest), maar samenwerking (symbiose) opende het pad naar hogere evolutie, zegt Margulis. Haar inzichten zijn intussen breed aanvaard en hebben onze kijk op evolutie veranderd.

Rebecca Solnit leunt in haar laatste boek op de denkbeelden van Margulis. In Het begin volgt op het einde schrijft ze dat alles in deze wereld met elkaar verbonden is. Niet door strijd, maar als mensen gaan samenwerken, voor elkaar zorgen of coalities smeden kunnen ze de wereld veranderen en verbeteren.

Vrede

Ieder zou op zijn eigen niveau moeten streven naar vrede, naar een situatie waarin mensen veilig en in harmonie met elkaar samenleven. Want wie polariseert vergroot de verschillen tussen mensen. Juist nu, in een wereld waarin de Poetins, Trumps, Netanyahu’s en Wildersen zoveel leed veroorzaken is het belangrijk daar zoveel mogelijk verdraagzaamheid en verbinding tegenover zetten. 

In de wouden bij Washington ligt het presidentieel buitenverblijf Camp David verscholen. Tussen de eiken en hazelaars kunnen Amerikaanse presidenten zich daar rustig bezinnen. Ik geloof niet dat iemand die hier verblijft, dicht bij de natuur, vredig en afgezonderd van de wereld, nog wrok kan koesteren, aldus voormalig president Jimmy Carter. Dit las ik vanmorgen in De Volkskrant en dacht: was het maar zo!