Waarheid en verdichting

Romans zijn verzonnen verhalen, maar iedere romanschrijver maakt bij het schrijven gebruik van de eigen levenservaring. Een roman is een combinatie van verbeelding en werkelijkheid. Zo laat een schrijver zich bij het creëren van zijn romanpersonages inspireren door mensen die hij kent dan wel gekend heeft of van wie hij het leven bestudeerde. Hij kan ook op basis van eigen ervaring de ruimte en de tijd zo beschrijven dat de lezer zich in overdrachtelijke zin kan verplaatsen naar een identificeerbare plaats of historische gebeurtenis. 

Een paar jaar geleden bestudeerde ik De lotgevallen van Klaasje Zevenster van Jacob van Lennep, een lijvige roman gepubliceerd in 1865 en 1866. Een geweldig boek.

De roman begint heel verrassend. Een pasgeboren baby wordt op Sinterklaasavond als surprise in een doos bij zeven Leidse studenten bezorgd. Die adopteren het meisje en noemen haar Klaasje Zevenster (later Nicolette). De studenten zorgen voor een goede opleiding. Na haar kostschooltijd gaat Klaasje aan het werk gaat als gouvernante bij een deftige familie in Den Haag. Daar gaat het helemaal mis. Ze belandt in een bordeel en ze komt daar wel weer uit, maar haar levensverhaal loopt slecht af. Ze sterft al op jonge leeftijd aan tuberculose. 

De lotgevallen van Klaasje Zevenster is een historische roman. Het verhaal speelt zich geruime tijd voor 1866 af. Maar wanneer precies? Dat was een puzzel die ik wilde oplossen. 

Van Lennep heeft het verhaal over Klaasje Zevenster verzonnen, maar hij combineert fictie met beschrijvingen die hij ontleende aan zijn eigen waarneming. Hij waarschuwt de lezer: De lezer van een roman is reeds door den titel gewaarschuwd, dat hij waarheid en verdichting door elkander zal vinden. Als we het verhaal over Klaasje Zevenster willen dateren, dan moeten we Van Lenneps waarschuwing serieus nemen. Ik ga op zoek.

Zo lees ik in het vierde hoofdstuk van het negende boek dat een van de studenten Nicolette begeleidt naar Den Haag. Eerst gaan ze met een rijtuig. Dan komen ze bij een ‘hulpstation van den sinds kort aangelegden Rhijnspoorweg’. Ze verlaten het rijtuig en ‘wachtten den trein af die hen naar Utrecht brengen zou, vanwaar Nicolette haar weg met de diligence, over Woerden en Leyden vervolgen zou. Ze moeten in de trein naar Utrecht gestapt zijn vanaf een station ergens tussen Amsterdam en Utrecht. Loenen- Vreeland, Nieuwersluis of Maarssen? Vandaar gingen ze naar Utrecht.

De Rijnspoorweg die van Amsterdam via Utrecht naar Arnhem werd aangelegd was pas in juli 1845 klaar. December 1843 konden reizigers al de trein nemen van Amsterdam naar Utrecht. Werd daarvoor al een stuk van het traject gebruikt? Van Lennep laat Nicolette reizen in de zomer. De vraag is was dat nou de zomer van 1843 of van 1842?

Ik ga door met mijn puzzel. In de roman reist Nicolette vanuit Utrecht alleen verder per diligence. Dat ging niet snel. In het jaar dat Van Lenneps roman verscheen, reden treinen met een snelheid van veertig kilometer per uur. De diligence (de TGV onder de koetsen) legde niet meer dan 10 kilometer per uur af. 

Van Lennep laat Nicolette reizen in een tijd waarin overal spoorwegen in het westen van Nederland werden aangelegd. Groningen kwam pas veel later aan de beurt. Het gedeelte van Amsterdam naar Haarlem was in 1839 klaar en dat van Haarlem naar Leiden in 1842. De spoorlijn van Leiden naar Den Haag volgde in 1843. 

Dankzij een realistische beschrijving uit de roman kan ik vrij nauwkeurig vaststellen in welk jaar en hoe Klaasje/Nicolette via Utrecht naar haar werkgever in Den Haag reisde. Dit lees ik in het negende hoofdstuk op pagina 345:

Weldra was het jonge meisje geheel verdiept in de beschouwing van al die fraaie en prachtige buitenplaatsen, wier aanblik de reizigers voortaan zouden derven, wanneer de spoorweg, die nu nog maar van Amsterdam tot Leyden ging, eerlang door een andere streek naar den Haag zou loopen. Zoo opgetogen was zij over hetgeen zij rechts en links van den weg zag, dat zij haar medepassagiers geheel vergat en zelfs het belangrijkste gesprek lastig zou hebben gevonden.

Nicolette reist dus per diligence in de tijd dat het spoor tussen Leiden en Den Haag nog aangelegd moet worden. Zodat ik concludeer dat Van Lennep haar in 1842 van Utrecht naar Den Haag laat reizen. 

Ze moet dan twintig jaar oud zijn, want elders in de roman (IV, 410) wordt aangegeven dat het Sinterklaasavondje zich twintig jaar daarvoor afspeelde. (Ook op meer plaatsen in de roman wordt verwezen naar de gebeurtenis twintig jaar geleden) Als we Van Lennep op zijn woord mogen geloven dan liet hij de pasgeboren Klaasje op Sinterklaasavond van het jaar 1822 bezorgen bij de studentenkamer van een van de studenten.

In dat jaar studeerde de schrijver in Leiden. Heeft hij nog meer autobiografische informatie verwerkt? Feit is dat hij in 1822 een buitenechtelijk kind bij een adellijke vriendin verwekte. Dat kind werd door een min opgevoed. Klaasje wordt ook bij een gezin ondergebracht. Heeft een persoonlijke ervaring Van Lenneps fantasie op gang gebracht? Wat is waarheid en wat verdichting in De lotgevallen van Klaasje Zevenster?