Goodbye London

Als Brian voetballer was geweest, dan was hij niet in Bedum beland. Voetballers gaan niet naar Bedum, die komen van Bedum. Als Brian een besluiteloze sukkel was geweest dan was hij waarschijnlijk in die naargeestige Londense stencilmachinefabriek blijven werken totdat deze verbouwd werd tot winkelcentrum en misschien had hij dan ook nog wel jaren bij zijn ruziënde ouders in Tottenham gewoond. Ik sluit zelfs niet uit dat hij zijn vriendin Alice weer opgezocht had, want eigenlijk was hij nog steeds dol op haar. 

Maar Brian was helemaal geen sukkel en zeker niet besluiteloos. Op een zondag in juni, de langste dag van het jaar 1981 nam hij een andere afslag. Door een worp met een van zijn favoriete Fast Bluepijlen belandde hij in Nederlands dorpje. 

Al meer dan vijf jaar dartte Brian. De laatste jaren iedere week twee avonden met vrienden in een groezelige Londense pub waar vooral mensen rondhingen die het hadden opgegeven hun leven betekenis te geven. Voor Brian had de pub betekenis. Het was voor alles een plek waar hij aan zijn ouders kon ontvluchten. Vanaf zijn zestiende dartte hij hartstochtelijk met zijn vrienden die hij daar ontmoette. Thuis oefende hij dagelijks op zijn kamer. Hij gooide met pijltjes naar een Play mate die minstens de helft van de zachtboardwand tussen zijn kamer en de overloop bedekte. Verrukkelijk zag ze eruit, die enorme centerfold, zijn Schotse schone. Brians moeder vond haar lachwekkend met haar rode, glimmende laklaarzen en haar plooirokje dat hetzelfde Schotse ruitmotief had als de deken die zijn oma over haar benen had als Brian haar in haar rolstoel door het park bij het verpleeghuis duwde. Omdat ze gebogen stond zag hij haar billen en haar eindeloos lange benen. Uren kon hij naar die benen kijken. Hij vroeg zich af of ze echt waren. Het rokje was heel echt en omdat het tot boven de dijen opgeschort was, hing het hopeloos overbodig te zijn. Vooral de lach van zijn Schotse Play mate vond Brian aantrekkelijk. Ze keek schalks en onweerstaanbaar over haar schouder de kamer in. Haar gezicht glad en gaaf. Dat kon je van haar achterste niet zeggen. Brian was een goede darter en zijn pijlen hadden de kont van zijn Schotse geperforeerd met ontelbaar veel kleine gaatjes.

De ochtend van de eenentwintigste juni, de dag dat Brian besloot afscheid te nemen van het ouderlijk huis had hij ’s nachts gedroomd. In de laadbak van een vrachtwagen sloegen vier mannen in kleurige, wijde hemden soepel bewegend op trommels. Tegen de zijkant van de laadbak hing Alice met een zonnebril en een rode helm op haar hoofd. Zij speelde gitaar. Het geluid van de metalen trommels kaatste tegen de muren van de huizen. Drie meisje in minirok en tot hoog boven hun hoofden getoupeerde haren probeerden precies gelijk te lopen in de maat van de muziek. Langs de kant van de weg lachten de mensen om die meiden die parmantig en gearmd voor langs paradeerden. De drie zwaaiden uitdagend naar de mannen op de vrachtwagen. Hun suikerspinkapsels bewogen heen en weer en hun benen onder de minuscule rokjes leken steeds langer te worden. Met reuzepassen liepen ze achter de vrachtauto aan. Die draaide de parkeerplaats van de stencilmachinefabriek op en knalde in volle vaart tegen de muur naast het fabriekskantoor. Brian schoot overeind in zijn bed. Met een oog dicht keek hij naar de wekker. Twaalf uur! Buiten op straat viel een glas stuk. Iemand schreeuwde.

Half bewusteloos stapte hij uit bed en liep naar het raam dat open stond. De straat was leeg en verlaten. Geen vrachtwagen en ook geen steelband. Hij had weer van Alice gedroomd en ook van de fabriek. Van beneden klonk de stem van een nieuwslezer. Hij hoorde iemand zachtjes huilen. Brian ging zijn bed weer in, draaide zich in zijn deken en sliep verder.

Toen hij ’s ochtends beneden kwam, was zijn moeder in de keuken bezig. Ze had weer gehuild. Brian zag hoe haar roodgezwollen ogen uit haar papperige gezicht puilden.

Hij liep naar de radio en drukte een knop in. Moeder veegde het tafelblad schoon met een doekje: Je vader is er vandoor! Het theewater zong in de snelkoker. Brian keek naar de klok. Negen uur. Hij drukte nog eens. … BBC One. Het nieuws van zondag 21 juni. In Stockholm is de Zweedse zangeres Zarah Leander overleden. Deze Zweedse filmster was in Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog…. . Brian schakelde de radio uit: Is er geen krant? Moeder haalde haar schouders op: Het is zondag. Buiten claxonneerde een auto. Ze schoof de pindakaas naar hem toe: Ga je naar Alice?Brian haalde zijn schouders op en schroefde de deksel van de pindakaaspot: Het is uit. Hij smeerde de pasta dik op een dunne witte boterham: Waarom schreeuwde vader eigenlijk zo vannacht?

Hij had de vraag niet hoeven stellen. Hij wist dat vader te veel dronk. Zijn vader met zijn ongeschoren, sluike asblonde haar dat voor zijn met vaalbruine vlekken bedekte gezichtshuid hing. Uitgezakt hangend in zijn stoel gaf hij bevelen aan ieder die voorbijkwam. Als iets hem niet aanstond, deelde hij een mep uit. Niet lang geleden had hij Brians zus nog geslagen. Die had haar spullen gepakt en was uit huis gegaan. Een half jaar geleden bedreigde hij de afdelingschef van de tapijtfabriek waar hij werkte met een mes. Hij was op staande voet ontslagen. Sindsdien zat hij thuis en kwam alleen buiten om bier te halen of om naar een voetbalwedstrijd te gaan. Een keer in de week ging hij een avondje uit. Volgens Brians zus naar de hoeren een paar straten verderop. 

Vader kwam laat uit bed. Nam de moeite niet zich fatsoenlijk aan te kleden en liep rond in een broek vol vlekken. Zijn groezelige overhemd hing open, zodat je zag hoe zijn harige, weke, bleke vissenbuik over de broekband puilde. Hij zette eerst de televisie aan en rolde zijn dagvoorraad shagjes. De televisie bleef aan, de hele dag. Niet dat hij keek naar de voorbijtrekkende beelden van atletiekwedstrijden, oude auto’s, bejaardengymnastiek of van dames die in bruidsjurken gehesen werden. Hij zat in zijn stoel, dronk, rookte en schreeuwde naar wie in de buurt kwam. Voor het avondeten had hij meestal twee of drie Six Packs bier weggewerkt. Daarna was het tijd voor de borrel. Meestal was hij rond middernacht zo munt dat hij zijn lijf niet meer de trap op kon hijsen. 

Ik ga weg, Brian, ik houd het niet meer uit. Brian reageerde niet. Hij ging zijn moeder niet zeggen dat hij vandaag ook wegging. Zo vaak al had hij op het punt gestaan om weg te gaan. Hij was verdomme eenentwintig en woonde nog bij zijn ouders! Nu het uit was met Alice wilde hij aan iets nieuws beginnen. Hij had Alice al twee weken niet meer gezien. Sinds ze bij hem thuis was geweest, was haar liefde bekoeld en toen hij haar in de disco had aangetroffen met zijn vriend Ben, wist hij dat het over en uit was. Om zijn werk hoefde hij niet te blijven. We verkopen niks meer, had zijn baas vrijdag nog gezegd: als je ander werk kunt krijgen, moet je dat pakkenZe gaan hier binnenkort mensen ontslaan. Stencilmachines zijn ouderwets. 

Boven op zijn kamer keek Brian naar zijn Schotse dame. Hij zette zijn draagbare televisietoestel aan. Er was een kinderprogramma. Hij keek naar de landkaart die hij jaren geleden aan de wand naast de Schotse schone had geprikt. Hij ging met zijn vinger over de landen van Europa: Duitsland, Frankrijk, Italië, Zweden. Die landen zeiden hem niks. Duitsland kende hij van het voetbal en laatst had hij een film op de televisie gezien die zich in Italië afspeelde. Goed land! Hij pakte een paar dartpijlen uit de doos. Als hij nu eens…. Met de pijlen in de hand bestudeerde hij opnieuw de kaart van Europa. Dover, Parijs, Milaan, Amsterdam. Vanuit Dover vertrokken de boten, naar Calais, dat wist hij en ook vanuit Harwich gingen er veerboten. Naar Amsterdam, dacht hij. Wat zou hij doen? Dover of Harwich? Het maakte niet uit! 

Als hij nu eens de dartpijl zijn reisdoel zou laten bepalen. Hij pakte een van zijn Fast Bluepijlen, deed drie stappen achteruit, sloot zijn ogen en wachtte even. Toen hij beneden zijn moeder hoorde roepen gooide hij. Hij opende zijn ogen en zag hij dat de pijl niet eens zo ver van Londen in Nederland terecht was gekomen. Hij deed twee passen naar voren en las de plaatsnaam. Bedum. Bedum, hoe sprak je dat uit? Moeder riep weer. Hij keek nog eens goed naar de kaart. Hij zag dat Bedum aan een spoorlijn lag. Ik ga naar Bedum, riep hij naar beneden! Goed zo jongen, riep de moeder die niet geluisterd had. Hij keek naar de kaart en zag dat de bootverbindingen tussen Engeland met het vaste land door stippellijntjes waren weergegeven. De naam Harwich kende hij. Vanuit Liverpoolstreet Station vertrokken de treinen naar de ferry vanuit Harwich, dat wist hij. Daar moest hij naar toe.

Brian had zijn koffer in een paar minuten gepakt. Zijn moeder was bij de buren. Daar hoefde hij geen afscheid van te nemen. Hij ging. Eerst naar Liverpool Station en dan hopelijk vandaag nog met de boot vanaf Harwich naar Nederland, naar Bedum. Brian liep naar buiten en deed de deur achter zich dicht.