Paradoxen zijn leuk, ze kietelen de hersens. Neem de schijnbare tegenstelling in de bewering Naarmate je kennis toeneemt, weet je steeds minder en je hebt een mooi uitgangspunt voor een discussie.
Lang geleden, in mijn middelbareschooltijd, leerde ik de paradox van Epimenides kennen. Deze Kretenzische filosoof zette met de overbekende bewering Alle Kretenzers zijn leugenaars zijn toehoorders op het verkeerde been. Hartstikke actueel is een beroemd citaat uit De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa: Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.
Als paradoxen bestaan uit twee woorden die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken dan noemen we die combinatie een oxymoron. Een dokter kan ziek worden en als je oud bent kun je er goed geconserveerd uitzien, maar combinaties als de zieke dokter en een jeugdige grijsaard zijn oxymorons, want ze bevatten een schijnbare tegenstelling.
Een wankel evenwicht
De combinatie van de woorden wankel en evenwicht levert ook zo’n oxymoron op. Wij mensen zoeken levenslang naar balans, maar we moeten het op veel gebieden doen met een wankel evenwicht. In onze relaties bijvoorbeeld kunnen we zo’n wankel evenwicht bereiken als we voortdurend in beweging blijven en kunnen leven met onzekerheid. Dat balans geen statische toestand is die we voor ons ‘lang zal ze leven’ kunnen vasthouden laat Edward Albee zien in het toneelstuk A Delicate Balance. In dat stuk zoeken mensen evenwicht, zekerheid en veiligheid bij iemand anders, maar ze merken dat ze moeten leven met de angst en onzekerheid om die ander (of zichzelf) te verliezen.
Nogmaals, wij zoeken voortdurend en op alle niveaus naar balans. In het klein in ons lichaam bijvoorbeeld of in relatie met anderen, maar ook in het groot op het wereldtoneel. De ravage die Poetin, Trump en Netanyahu op dit moment op onze planeet aanrichten laat zien hoe instabiel de wereldorde is, hoe het evenwicht op wereldniveau van de ene dag op de andere dag kan gaan wankelen.
De paradox van Jevons
De paradox van Jevons is mijn favoriet. Halverwege de negentiende eeuw viel het de Britse econoom Jevons op dat de winst die het optimaliseren van machines opleverde verloren ging omdat daardoor de consumptie toenam.
Stoommachines gingen efficiënter werken, maar dat leidde niet tot een afname van het totale steenkoolverbruik domweg omdat er steeds meer stoommachines bijkwamen.
Hetzelfde verschijnsel doet zich in onze tijd voor met het gebruik van ledlampen. Die geven ongeveer twintig keer meer licht per eenheid energie dan de traditionele gloeilampen. Het vervangen van gloeilampen door ledlampen heeft helemaal niet geleid tot een daling van de totale hoeveelheid energie die mondiaal voor verlichting wordt gebruikt. De verklaring is dat ontwerpers steeds meer toepassingen voor de goedkope nieuwe lichtbronnen bedachten. Lekker goedkoop? Laat maar branden die lampen!
Hetzelfde gebeurde met koelkasten. Vijftig jaar geleden gebruikten koelkasten twee keer zoveel energie als de nieuwe modellen. Ook dat leverde geen energiewinst op, omdat er veel meer koelkasten aangeschaft werden. Als technologische vooruitgang de productie doelmatiger maakt, levert dat geen besparing op, omdat de mensen meer gaan consumeren. Ook zullen technologische ontwikkelingen de milieuproblemen niet oplossen; we moeten consuminderen als we de negatieve milieueffecten van onze overconsumptie willen tegengaan. Dat geldt zeker voor het gebruik van AI: dataopslag slurpt energie. AI kan nuttig zijn en tijdbesparend, maar verkeerd gebruik brengt ethische bezwaren, risico’s en extra werk met zich mee. Een van de vele gevaren van het inzetten van AI is dat we het nadenken uitbesteden aan een computer. De neuroloog Erik Scherder noemt AI daarom Afnemende Intelligentie, want het is een akelige paradox dat we met AI heel veel aan onze weet kunnen komen, maar dat mateloos gebruik ons op den duur dommer zal maken. Wat we verwaarlozen verdwijnt. Als we onze hersens niet meer hoeven te gebruiken en we denkwerk overlaten aan de machine slaan we de weg in van de robotisering. Als we het aan de machine overlaten welke weg we volgen of welke doelen raketten in oorlogstijd moeten raken is de menselijke maat zoek geraakt. Dan is de geest uit de fles, dan is onze geest in de machine gegaan en heeft de menselijkheid letterlijk de geest gegeven.
Zo kan je wel aan het werk blijven
Zo kan je wel aan het werk blijven. Deze zin heeft een positieve betekenis en betekent dan zo lukt het werk te houden. Mijn moeder gebruikte dat zinnetje vaak in een negatieve betekenis. Als ze net de vloer had gedweild en ik liep met modderige schoenen over haar schone vloertje dan riep ze: Zo kan ik wel aan het werk blijven! Ze had ook kunnen zeggen: als jij de boel weer vies maakt, houd ik geen tijd over voor pianospelen, taarten bakken, borduren of met de buurvrouw kletsen. Mijn moeder was een nijvere dame, maar werk was voor haar niet alles.
Voor mij ook niet. Ik heb veel plezier van mijn computer, maar het is niet waar dat computergebruik tijdbesparing oplevert. Computers genereren werk. Al maken ze het mogelijk ongelimiteerd informatie op te slaan, het invoeren van die informatie is alleen al een tijdrovende bezigheid. Bovendien levert het feit dat al die data beschikbaar zijn op zich ook weer werk op. Doctoren en leraren bijvoorbeeld hebben door de ‘boekhouding’ van gegevens minder tijd over voor hun patiënten dan wel hun leerlingen. Werk is niet alles! Dat brengt me bij de laatste paradox: Hoe meer technologie we gebruiken, hoe minder tijd we overhouden. Jevons zou die bedacht kunnen hebben.